Voorjaarsvreugdekreet

Ze voelde het voorjaar overal om zich heen, zelfs binnen in haar, en ze stootte een lange, doordringende vreugdekreet uit.

Toen zei ze tegen Birk: “Zo moest ik de lente verwelkomen, anders zou ik uit elkaar gebarsten zijn. Hoor eens! Hoor je de lente?”
Ze stonden een tijdje zwijgend naast elkaar te luisteren naar het gekwetter, het gesuis, gezoem, gezang en gemurmel in het bos. In alle bomen, watertjes en struiken zat leven. Overal was het frisse, wilde lentelied te horen. 
“Ik voel de winter uit me wegstromen,” zei Ronja. “Ik ben straks vast zo licht dat ik kan vliegen.”
Uit: Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren