Wandelen

“Wanneer ik wandel met mijn zussen, openen zich gaandeweg gaten. Na een tijdje blijft de voorste van ons staan, schuilend onder een boom die steeds meer druppels doorlaat. De groep sluit zich om zich daarna weer uit te rekken. Als een uiterst trage spanrups bewegen we door het landschap.
Ik zie het pad en de druppels die aan de rand van mijn capuchon schommelen voordat ze vallen. In de berm groeien wilde aardbeien.
Het ritme van mijn stappen wordt volgens raadselachtige maar nauwkeurige formules afgedwongen door mijn lichaam. Een frase blijft hangen en wordt op de maat van mijn benen herhaald tot hij me vreemd en heel vertrouwd geworden is.
Nu en dan kom ik op ideeën. Ze zijn anders dan bureaugedachten: eenvoudiger van vorm, en zonder orde of doelmatigheid verspreid over mijn pad volgens de toevalligheden van het landschap.”

Uit: Bregje Hofstede, de herontdekking van het lichaam. Over de burn-out. (p.81).